Leerlingen die pesten op de middelbare school zijn populairder dan die op de basisschool. Dit blijkt uit onderzoek van gedragswetenschapper Loes Pouwels van de Radboud Universiteit. Ze onderzocht meer dan 2000 middelbare scholieren en 500 leerlingen op de basisschool. “Pesten op de middelbare school wordt beloond met populariteit, een slachtoffer verdedigen juist niet” blijkt uit haar onderzoek.
Ze legde klasgenoten een vragenlijst voor met vragen over elkaar. Eén van de vragen was: “wie uit jouw klas weet telkens nieuwe dingen te bedenken om anderen te pesten?” Op deze manier onderzocht Pouwels de sociale status en de populariteit van de pesters, maar ook de verschillende rollen bij het pesten. “De leerlingen waren eerlijker omdat het niet over hun eigen gedrag ging, maar over het gedrag van anderen.”
Uit het onderzoek kwam naar buiten dat 10 tot 15 procent van de leerlingen aangeeft dat ze gepest worden. Volgens klasgenoten is meer dan 30 procent een pester, assistent of aanmoediger van pesten. Op de middelbare school wordt meer gepest dan op de basisschool en daarnaast komen minder klasgenoten voor het slachtoffer op.
Ook weten leerlingen goed wanneer pesten het meeste zin heeft, dat is vaak als er geen volwassenen bij zijn. “Daarom wordt pesten door volwassenen onderschat, ze zien het vaak niet.” geeft Pouwels aan.
Pesten kent zes rollen die die betrokken zijn en die al in eerder wetenschappelijk onderzoek zijn vastgesteld: Pesters: dit zijn de ‘hoofdpesters’,
zij zetten het pestgedrag in gang en bedenken steeds nieuwe dingen om het slachtoffer te treiteren.
Assistenten:Ze ondersteunen de pester. Ze wachten het slachtoffer op of doen mee met uitschelden. Ze zijn actief, maar hebben niet de hoofdrol. Aanmoedigers:
Deze kinderen doen niet actief mee, maar houden het pesten wel in stand. Ze kijken bijvoorbeeld wat er aan de hand is, of lachen om de situatie. Op deze manier geven ze positieve feedback aan de pester en de assistenten.
De slachtoffers: Dit zijn diegene die gepest worden. Verdedigers:
Deze kinderen nemen het op voor het slachtoffer door ze te troosten of door actie te ondernemen tijdens het pesten.
De buitenstaanders: die houden zich afzijdig. Ze kiezen geen partij: niet voor de pesters, maar ook niet voor de slachtoffers.
Binnen groepen hebben treiteraars een hogere positie op de middelbare school. “Leerlingen pesten vaak om twee redenen: om populair te worden of om populair te blijven en de hoge positie in een groep in stand te houden.” Oudere kinderen krijgen meer inzicht in de sociale relaties in hun klas en zien dat als ze pesten, ze populairder worden. “Ze roddelen of sluiten andere kinderen bewust buiten of negeren ze. Deze vormen van pesten komen relatief veel voor bij ouderen jongeren.”
Om goed te kunnen pesten, zijn sociale vaardigheden nodig. Kinderen op de basisschool zijn jonger en hebben nog niet voldoende sociale vaardigheden ontwikkeld.