Het Openbaar Ministerie heeft een pijnlijke blunder begaan, door het in december 2018 vermoorde 16-jarige Rotterdamse meisje Humeyra een brief te sturen dat het contactverbod met Bekir E., de man die haar doodschoot, van kracht blijft.
De ouders van Humeyra kregen de brief, die namens de officier van justitie verstuurd is, tot hun verbazing deze week in de brievenbus. De inhoud gaat over een straf die verdacht Bekir E. in augustus 2018 opgelegd kreeg, toen hij hun dochter stalkte en bedreigde. E. moest weken de cel in en mocht geen contact meer hebben met Humeyra en haar zussen. Hier ging hij echter tegen in beroep. De brief gaat erover dat het hoger beroep is ingetrokken.
Humeyra werd lange tijd lastig gevallen door Bekir E., nadat ze haar relatie met hem had verbroken. Daarna begon hij haar te stalken en bedreigen. De familie vroeg politie en justitie diverse malen om hulp, maar die kwam er onvoldoende. Op 18 december schoot hij Humeyra dood bij het Designcollege in Rotterdam-West.
Dit maakt de blunder van justitie extra pijnlijk. In een verklaring zegt het OM: ‘Deze week is tot onze grote spijt door het Openbaar Ministerie een slachtofferbrief verstuurd geadresseerd aan Humeyra. Met een slachtofferbrief wordt een slachtoffer van een misdrijf door het Openbaar Ministerie op de hoogte gehouden van de stand van zaken van een strafrechtelijk traject. Wij houden slachtoffers in strafzaken altijd op de hoogte van ontwikkelingen in hun zaak. Dit doet het Openbaar Ministerie middels slachtoffergesprekken, telefonisch contact en met dit type brief.’
‘In dit geval is de brief ten onrechte verstuurd aan het slachtoffer in plaats van de nabestaanden, dit had natuurlijk nooit mogen gebeuren. Het ontvangen van de brief moet uitermate pijnlijk zijn voor de familie van Humeyra. Het Openbaar Ministerie betreurt dit ten zeerste. De familie van Humeyra heeft een uitnodiging ontvangen voor een gesprek met de hoofdofficier van justitie van het Openbaar Ministerie Rotterdam en de officier van justitie die de zaak behandelt, om de gang van zaken te bespreken.’
Volgens de familie van Humeyra nog geleefd als politie en justitie hun werk hadden gedaan:
Bron:AD