Een vrouw die de trein nam in Gent-Sint-Pieters, Elke, heeft haar verhaal en een video op Facebook gedeeld, nadat een man haar seksueel intimideerde door recht tegenover haar te gaan masturberen.
Elke riep de media vervolgens op haar verhaal te publiceren om het onderwerp meer tastbaar en bespreekbaar te maken. Ze waarschuwt: “Mijn excuses aan wie bij het zien van dit filmpje ongemakkelijk werd (beeld je in hoe ongemakkelijk het was om daar te zitten), in de eerste plaats voor wie eerder zoiets (of erger) meemaakte.”
Lees haar verhaal hier: “De trein komt toe in Gent-Sint-Pieters, ik stap op, ga zitten. Een man neemt plaats schuin tegenover mij en begint naar mij te staren met een blik die ik heel goed ken. Die veel vrouwen goed kennen. Te langdurig, te nadrukkelijk, een venijnig randje. Ik doe wat ik lang geleden braaf heb geleerd: zijn blik vakkundig negeren. Ik post iets op Instagram, stuur een bericht over grappige gespreksflarden die ik eerder opving. In mijn ooghoek zie ik beweging en plots dringt het tot mij door dat de viezeblikkenwerper vlijtig aan het masturberen is. Geloof het of niet, het filmpje capteert hem op een onkarakteristiek kalm moment.
Het is 18 jaar geleden sinds ik voor het eerst door een volslagen vreemde werd lastiggevallen op straat. 11 jaar was ik toen. Er is sindsdien geen jaar voorbijgegaan zonder een of ander gelijkaardig voorval. Opmerkingen, achtervolgen, aanraken. Ik kan moeilijk verwoorden hoe ontzettend om-te-kotsen-beu ik het ben. Hoeveel boosheid ik daarover geaccumuleerd heb. Veel te vaak heb ik niets gezegd of incidenten geminimaliseerd. Mijn initiële gedachtegang bij dit soort voorvallen is een variatie op het volgende: ‘ik beeld het mij waarschijnlijk in’ / ‘heb ik het wel goed gezien of gehoord’ / ‘het is misschien toch niet zo erg’ / ‘ik ga mij niet aanstellen’ / ‘als ik nu reageer creëer ik een scène’ / ‘gewoon negeren’.
Een paar maanden geleden heb ik het mijzelf bijzonder kwalijk genomen dat ik niet naar de politie gestapt ben, en ik dacht: deze keer verdorie niet. Ik neem me voor om de treinbegeleiders op de hoogte te brengen, maar besluit om zijn vertier eerst te filmen als bewijs. Voor hen én voor mijzelf. Om te anticiperen op het onvermijdelijke in vraag stellen van wat ik gezien heb. (Als ik iets geleerd heb is het dit: luister naar vrouwen wanneer ze vertellen over de seksuele intimidatie die ze hebben meegemaakt. Ze hebben de gebeurtenissen al honderd keer geminimaliseerd nog voor ze ermee naar buiten treden.) Ik overweeg nog even om de confrontatie aan te gaan – om recht voor hem te gaan staan en zijn gezicht mee te filmen, maar besluit om dat toch maar niet te doen uit angst voor een agressieve reactie. Nadien zoek ik toevlucht bij een kennis die ik onderweg passeerde. In Brussel Zuid biedt hij galant aan om me naar huis te brengen, maar ik denk: ‘Nee, zo erg was het niet’ en druk hem op het hart dat ik veilig thuis geraak. Wanneer hij afstapt, heb ik al een beetje spijt. Wat als de treinbegeleiders die mens niet gevonden hebben? Of erger, wat als ze hem wel gevonden hebben en hij nadien mij terug komt opzoeken? Waartoe is zo iemand nog in staat?
Onderweg deel ik het filmpje omdat ik te lang te veel gezwegen heb en daar geen zin meer in heb. Niet om te disciplineren of iemand aan de schandpaal te nagelen. Omdat ik mij wil afreageren. Omdat ik iets heb meegemaakt dat mij geraakt heeft en het delen dat minder erg maakt. Omdat ik sympathie wil zonder honderd keer mijn verhaal te moeten doen – de beelden spreken voor zich. Omdat ik erkenning wil voor dit soort shit, dat voor sommigen misschien zeldzaam en exotisch is maar voor mij en vele anderen een veel te dagelijkse realiteit. Omdat sommige mannen nog altijd denken dat #metoo een hoop aanstellerij is. En misschien omdat ik jullie allemaal ook oncomfortabel wil maken want gedeelde smart is halve smart (sorry allemaal). De vraag voor mij is niet zozeer waarom ik dit nu gefilmd en gedeeld heb, maar eerder: waarom heb ik dat eigenlijk nooit eerder gedaan? Waarom ben ik een half jaar geleden niet naar de politie gestapt toen een wildvreemde me minutenlang betastte op de bus en ik zo aangeslagen was dat ik de dagen nadien amper aanrakingen verdroeg?”